Skip to Content

 

Leerlijnen

Goed en vlot lezen (technisch lezen)
Tijdens de lessen Goed en vlot lezen worden de AVI-leesmoeilijkheden geïnstrueerd en geoefend. Elk leerjaar is erop gericht dat kinderen minimaal twee AVI-niveaus vooruitgaan. De leerlijn is gebaseerd op de nieuwste AVI-niveaus.

Vloeiend lezen
Eén keer in de twee weken krijgen kinderen les in Vloeiend lezen. Het voordeel van een aparte les is dat je kunt oefenen met teksten op het juiste beheersingsniveau: één AVI-niveau onder het instructieniveau van de lessen Goed en vlot lezen. Alle doelen komen twee keer per jaar terug en zijn over de leerjaren heen afgestemd, zodat deze les ook geschikt is om in combinatiegroepen samen te geven. 

Lekker lezen
In deze lessen staat het leesplezier centraal door de aantrekkelijke verhalen en opdrachten die op leesbeleving zijn gericht. Deze compacte lessenserie van 16 lessen per jaar is met adviezen van Stichting Lezen, jeugdliteratuurexperts en auteurs van Nieuw Nederlands (grootste methode Nederlands in het voortgezet onderwijs) ontwikkeld. De lessen bereiden kinderen voor op het voortgezet onderwijs en ze voldoen aan het referentiekader 1F/2F. Want kinderen die graag lezen, lezen veel. En kinderen die veel lezen, lezen beter.

Samen lezen

Door de doelgerichte compacte lessen van Flits is er veel ruimte voor samen en vrij lezen. De Samen-leeslessen zijn voor kinderen van alle niveaus een motiverende en verrijkende ervaring. Deze les kan van groep 4 t/m 8 elke week ingezet worden en zelfs met de hele school tegelijk. Daar heeft Flits de volgende materialen voor:
 

Leesboeken: Kinderen van naastgelegen AVI-niveaus kunnen samen lezen in één van de 29 leesboeken met een rijke afwisseling van onderwerpen en genres.
Boektaken: 64 afwisselende schrijf-, teken- en knutseltaken waarmee kinderen op een creatieve manier aan de slag gaan met een gelezen boek. Met het heldere stappenplan op het printblad kunnen kinderen de taak zelfstandig maken. Er zijn taken op een gemiddeld en een plusniveau.
Leeslogboek: Een kind kan achter in zijn leeswerkboek aangeven welke boeken hij heeft gelezen, welke boektaak hij heeft gedaan en opschrijven wat hij van het boek vond.