Naar excellent afstudeerresultaat met VPO-praktijkonderzoek | De kwaliteitsbijdrage van afstudeerbegeleiders

08-02-2018

Veel docenten vinden het begeleiden van afstudeerders een van de plezierigste onderdelen van hun werk. Er is persoonlijk contact met studenten, je kunt je eigen vakkennis inbrengen en het geeft grote voldoening als studenten boven zichzelf uitstijgen.

Maar wat doe je wanneer de samenwerking hapert, doordat studenten te weinig initiatief nemen, aanwijzingen niet oppakken of een ondermaats eindrapport leveren? De kernvraag van dit artikel is hoe begeleiders maximaal kunnen bijdragen aan een excellent afstudeerresultaat.

Gebruik een ‘evidence-based’ begeleidingsmethode

Een effectieve begeleidingsmethode omvat de volgende punten:

1. Elke begeleider moet de standaard methode* waarmee Verbeteringsgerichte Praktijk Opdrachten (VPO) binnen de opleiding worden uitgevoerd kennen en toepassen zodat student en docent op één lijn zitten. Het begeleiden van studenten dient aangevuld te worden met periodieke collegiale intervisie.

2. Projecten starten met een kennismakingsgesprek waarin docent en student afspraken maken over de samenwerking.

3. Elke student bestudeert vooraf de VPO-werkmethode en start met het zelf werven van een afstudeeropdracht, op basis van binnen de opleiding afgesproken criteria. De begeleider beoordeelt of de opdracht aan de gestelde eisen voldoet.

4. Tijdens het uitvoeren van het project maakt de student per projectstap een logboekverslag. De begeleider kan op basis daarvan het project volgen, de kwaliteit beoordelen en feedback geven.

5. Voor het onderling leren van studenten zijn enkele terugkomsessies zeer aan te bevelen.

6. Het project wordt beoordeeld door één of twee docenten die niet betrokken zijn geweest bij de begeleiding, op basis van eindrapport, logboek en door de opleiding vastgestelde eindtermen.

Aandachtspunten

1. De opleiding loopt risico als nieuw instromende docenten zonder een VPO-begeleidingstraining afstudeerders gaan begeleiden.

2. Begeleiders komen probleemgevallen tegen. Spreek af dat elke begeleider een ‘buddy’ krijgt met wie ervaringen kunnen worden doorgesproken.

3. Organiseer jaarlijks een update- of verbetersessie:

  • Vraag elke docent/begeleider om enkele opvallende plussen en minnen in de bestaande werkuitvoering te noteren en door te geven aan een daartoe aangewezen persoon.
  • De coördinator maakt een lijst met alle ontvangen sterke en verbeterpunten, en stelt verbetervoorstellen op. Houd het aantal veranderingen in de werkwijze beperkt. Enkele sterke verbeteringen zijn effectiever dan een lange lijst detailpunten.
  • Houdt periodiek een verbetersessie waarbij alle betrokkenen meebeslissen over veranderingen in werkmethoden.
  • Houd de overgebleven punten in portefeuille voor een volgende verbeterronde.

*Het boek Competent Afstuderen en stagelopen van Kempen en Keizer biedt een uitvoerige beschrijving van een voor VPO-opdrachten geschikte onderzoekmethoden. Bij Noordhoff zijn gratis inkijkexemplaren te verkrijgen.

Door Piet Kempen en Jimme Keizer

Lees ook: