Expert aan het woord... Marlies Schouwstra, eindredacteur Fictie van Nieuw Nederlands

06-11-2020

Goed lezen is belangrijk. Dat weet iedereen. Maar scholieren lezen nauwelijks nog boeken en een kwart van alle 15-jarigen is zelfs laaggeletterd. Dus hoe krijgen we onze leerlingen weer aan het lezen? Marlies Schouwstra, eindredacteur Fictie van Nieuw Nederlands heeft daar wel ideeën over. “Ik denk dat literatuuronderwijs in Nederland gebaat is bij een zekere vorm van dwang.”

'Het moet gewoon gebeuren, het hoort gewoon bij het vak'

Hoe je de klas weer aan het lezen krijgt

'Het is de schuld van begrijpend lezen', smaalde satiricus Arjan Lubach kort geleden tijdens een item over ontlezing onder jongeren. De focus ligt volgens hem te veel op het begrijpen en ontleden van teksten. Daardoor zou er van het plezier in lezen nog maar weinig over zijn. Schouwstra denkt er over na. “Ik denk dat het genuanceerder ligt,” legt ze uit. “Ontlezing is al heel lang gaande en het is voor de hand liggend om te veronderstellen dat kinderen lezen weer leuk moeten gaan vinden.”

“Maar volgens mij is er iets raars aan de hand met het lezen van fictie op school,” gaat ze verder. “Het is een regulier onderdeel van de leergang: er wordt op getoetst en het hoort bij het schoolvak Nederlands. Als je het zo bekijkt is al de eenzijdige nadruk voor motivatie eigenlijk vreemd. Bij wiskunde heb je het ook niet over 'meetkundemotivatie'.”

 

Verwachtingsmanagement

Lezen hoeft niet altijd leuk te zijn, wil ze maar zeggen. “Hoe meer je daar de nadruk op legt, hoe meer leerlingen denken dat het niet belangrijk is. Je hoort ze er bij wiskunde ook niet over dat meetkunde 'niet leuk' is. Daar is het normaal dat het moeilijk is en niet leuk. Toch doen ze er hun best voor. Omdat ze denken het belangrijk is. Volgens mij heeft dat met elkaar te maken.”

Maar met alleen verwachtingsmanagement ben je er niet. “Docenten voelen de druk van het examenprogramma. Als ze in tijdnood komen zetten ze in op de dingen waar ze op worden afgerekend en dat is leesvaardigheid.” Motivatie om te lezen hangt samen met de aandacht die er voor is. “Ik denk dat literatuuronderwijs in Nederland gebaat is bij een zekere vorm van dwang. En als van overheidswege wordt vastgelegd dat een kwart van de lestijd aan literatuur besteed moet worden, dan heb je iets in handen.” Literatuur, vindt Schouwstra, zou een harder kader moeten krijgen, zodat duidelijk is dat het vanzelfsprekend is om te lezen voor school.

Differentiatie

Binnen dat kader moeten docenten maatwerk leveren, vindt Schouwstra. Ze zouden niet alleen moeten inzetten op lezen ‘leuk’ gaan vinden, maar ook op het besef dat het een competentie is die ontwikkeld kan worden. “De meeste leerlingen weten niet hoe ze literatuur moeten lezen. Ze moeten leren hoe ze vanuit het verhaalniveau door kunnen dringen in de betekenislaag, om uiteindelijk op een dieper niveau over literatuur te kunnen communiceren. En soms merk je dan dat leerlingen het lezen zelf niet per se leuk vinden, maar de analyse wel. Gewoon omdat ze merken dat ze het kunnen.”

Deze insteek vraagt van docenten dat ze kunnen differentiëren, zowel binnen als buiten de les. “In een gemiddelde klas heb je leerlingen met minstens met drie verschillende leesniveaus. Als je te hoog inzet, praat je over hun hoofden heen; zet je te laag in, dan raken ze verveeld. De kunst is om elke leerling uit te dagen in zijn eigen zone van naaste ontwikkeling. Daarnaast wil je dat leerlingen  aan het denken worden gezet over de vraag: wat heeft dat boek mij te zeggen? In hoeverre leert literatuur mij iets over mezelf en de wereld waarin ik leef? 

Analyse tijdens het lezen

Bij dat denkproces moeten leerlingen uiteraard goed geholpen worden. “Daarom hebben we er bij de Lijsters voor gekozen om de analyse al tíjdens het lezen te doen, met 'leesbegeleidingsvragen'. Daarmee hopen we te voorkomen dat leerlingen tijdens het lezen al verdwalen.”

Leesbegeleidingsvragen kunnen leerlingen over een drempel in het boek heen helpen, bijvoorbeeld als er een ander perspectief wordt gebruikt. Het kan ook helpen om de leeservaring te verdiepen. “Vorig jaar hadden we 'Boris' van Jaap ter Haar als Lijster. Dat boek gaat over het Beleg van Leningrad. Kinderen van 12 weten echt niet wat dat is. Dus in de leesbegeleidingsvraag hebben we er foto's bij gedaan en zaken kort uitgelegd.” Ook kunnen de vragen de aandacht vestigen op iets dat voor hele verhaal van belang is, een motief dat steeds terugkomt. “We hebben het idee dat dit leerlingen helpt om veel meer zaken op te merken.”

In Nieuw Nederlands Literatuur staan differentiatie en betekenistoekenning dan ook centraal. Leestips en opdrachten worden op verschillende niveaus aangeboden en er worden vragen gesteld die gaan over de relatie tussen de leerling en het verhaal. “En in de 7e editie van Nieuw Nederlands, waar we nu aan werken, hebben we fictie deels geïntegreerd,” vertelt Schouwstra. In deze nieuwe editie werken we onder meer met thema’s. “Eén van die thema’s is 'On/off', dat onder meer gaat over wat je online wel en niet deelt met anderen. De meeste leerlingen weten dat sommige dingen niet verstandig zijn, maar als ze een fragment lezen uit '#selfie' van Caja Cazemier, komt die boodschap heel anders binnen. Dat is een mooie manier om te ontdekken dat je door het lezen van boeken op een andere manier iets leert dan van zakelijke teksten. Die geven informatie; literatuur geeft een ervaring.”

Eén van de vaardigheden

Uiteindelijk is leren lezen óók een kwestie van kilometers maken. “Kinderen worden veel afgeleid en voor lezen maken ze meestal niet vanzelf tijd vrij,” geeft Schouwstra aan. “Maar als je ze als docent een half uur per week laat lezen in de les, creëer je een situatie waarin ze makkelijker aan lezen toekomen. Zo raken leerlingen vanzelf met elkaar in gesprek en kun je als docent ook een vinger aan de pols houden. En na dat half uurtje kun je vragen: 'Wie is er op het punt dat íe z'n boek niet meer weg wil leggen?'” Dus uiteindelijk gaat het toch om de motivatie? Schouwstra lacht. “Het is heerlijk als een leerling je vertelt dat hij een mooi boek heeft gelezen. Maar we schieten als docenten en methodemakers tekort als we alléén daarop zouden inzetten. Het lezen van literatuur is óók gewoon één van de vaardigheden die deel uitmaken van het schoolvak Nederlands.”