Lestips Engels voor de onderbouw: two Christmas exercises

09-12-2019

Geef de les Engels een kersttintje en tel samen met je leerlingen kerstkaarten en kerstdecoraties. Merry Christmas!

Lestip 1

Verzamel verschillend gekleurde kerstkaarten en hang ze aan een lijn in de klas. Tel samen de kerstkaarten per kleur en als je wilt ook per afbeelding. Wijs de kaarten één voor één aan, de leerlingen tellen samen hardop mee.

How many red Christmas cards do we have? Let’s count. One, two, three, four. We have four red Christmas cards. 
This is a reindeer. How many reindeer do you see? Let’s count. One, two, three. There are three reindeer. 
Et cetera.

Lestip 2

Verzamel drie verschillende soorten kerstdecoraties (bijvoorbeeld candles, stars en Christmas baubles); zorg dat je minimaal zoveel decoraties als leerlingen in je klas verzamelt. Laat de objecten zien en benoem ze. Geef alle leerlingen een decoratie en tel ze samen. Wijs de leerlingen met de betreffende decoratie één voor één aan, de leerlingen tellen samen hardop mee. 

How many candles do we have?
Students with a candle, please stand up. 
Let’s count. One, two, three, four, five, six, seven, eight, nine, ten, eleven. We have eleven candles. 
Et cetera.