Noordhoff.nl   Voortgezet onderwijs   KTI     Met KTI kunnen leraar en leerling aan de slag

Met KTI kunnen leraar én leerling aan de slag

“Elke keer ietsje beter”

header KTI 1220x560
resource-not-found
Toetsen, toetsen toetsen

Dat toetsen niet alleen om cijfers gaan weet iedereen. Een toets geeft de leraar inzicht: waar staat zijn leerling? Wat is al bekend en wat moet er nog geoefend worden? Maar met KTI, de nieuwe toetstaxonomie van Noordhoff, kunnen leraar én leerling aan de slag. En dat zorgt voor vertrouwen. “Ben jij als leerling ooit met een toetsindeling bezig geweest?”

“Toetsen, toetsen toetsen,” lacht Lisa Reitz. Als Business Owner Toetsen is ze er dagelijks mee bezig. Maar wat kun je er nu mee? Een goede toets laat zien wat een leerling kan en wat nog extra geoefend moet worden. Daarom bestaat een toets uit verschillende soorten vragen. Een toetstaxonomie ordent die vragen en helpt de docent om alle cognitieve niveaus van de leerling in kaart te brengen. Er zijn verschillende toetstaxonomieën, zoals de taxonomie van Bloom, OBIT en RTTI. “We hebben bij Noordhoff lang met RTTI gewerkt,” vertelt Reitz, “maar hier zijn we inmiddels  vanaf gestapt.”

resource-not-found
Op zoek naar iets nieuws

Reitz krijgt bijval van Clarije Groffen, toetsexpert en eindredacteur bij Noordhoff. “Als je als docent met toetstaxonomieën werkt merk je dat de meeste taxonomieën ingewikkeld zijn. Vaak zijn ze zo gedetailleerd dat het zijn doel voorbij schiet.” Reitz vult haar aan. “Daarom zochten we een eenvoudige taxonomie. Die ook nog eens flexibel is, zonder vaststaande opbouw en volgorde. Daarnaast wilden we een systematiek die voor ieder vak goed toepasbaar is. “We hebben veel onderzoek gedaan en allerlei mogelijkheden verkend,” vertelt Reitz. Groffen vult haar haar aan: “Je gaat vooral kijken waar het eenvoudiger kan. Je wilt
iets dat wel de verschillende beheersingsniveaus laat zien, maar ook iets dat zo basaal is dat iedereen het direct snapt.”

resource-not-found

Kennis, toepassing en inzicht

Vanuit die gedachte ontstond KTI, wat staat voor Kennis, Toepassing en Inzicht. Groffen legt uit:  “Bij KTI zijn er drie niveaus van vragen. Vragen over 'kennis' gaan over het reproduceren van wat je uit je hoofd hebt geleerd. Bij talen zijn dat bijvoorbeeld de woordjes. 'Toepassing' gaat over het gebruiken van iets dat je hebt geleerd, bijvoorbeeld een grammaticaregel. Je hebt geleerd hoe je een werkwoord moet vervoegen en de vraag is om dat toe te passen. Het derde niveau is 'inzicht'. Je hebt woordjes geleerd én je hebt de grammaticaregels geleerd. Dan kun je een gesprek voeren, waarbij je moet bedenken: 'wat ga ik zeggen, kan ik dat zeggen en hoe ga ik dat zeggen?'”

Dat lijkt toch best wel wat op de bestaande taxonomieën, zou je zeggen. Lisa Reitz glimlacht bij die vaststelling. “En toch is het anders. KTI heeft namelijk maar drie categorieën. Voor een leerling is dit beter te begrijpen.” Groffen vult aan: “Het voordeel van KTI is dat het te handelen is. Bij meer categorieën in een klas met 30 leerlingen zie je het als docent al snel niet meer. Bij KTI zie je de grote lijnen en kun je snel inzoomen.”

Voor formatief evalueren én voor summatieve toetsen

Hoe werkt het dan in de praktijk?

Helder onderscheid tussen de categorieën

Hoe werkt het dan in de praktijk? Bij wijze van voorbeeld,” begint Groffen haar uitleg. “Als je een zin in het Duits opgeeft, waarbij je een woord weglaat en de leerling vraagt om het in te vullen, denk je dat het gaat om woordjes leren. Als die opdracht fout gaat, zeg je als docent: 'je hebt je woordjes dus niet goed geleerd.'” Ze laat een korte stilte vallen. “Maar misschien begrijpt de leerling de zin niet, of weet hij niet wat de andere woorden betekenen. Dan gaat het dus om een ándere vaardigheid. De leerling heeft wel goed geleerd, maar kan de kennis niet toepassen. Dan gaat het om een toepassingsvraag.”

“We hebben nu drie niveaus,” besluit ze haar uitleg, “die heel duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn. Door deze categorisering kun je de verschillende vaardigheden veel meer uit elkaar trekken. Dat is niet alleen mooi voor docenten, maar ook voor leerlingen. Die zien en snappen ook de drie niveaus. En het is toepasbaar op alle vakken.”

Voor docent én leerling

Lisa Reitz haakt op het verhaal in. “Normaal gesproken is een toetstaxonomie iets waar een
docent mee aan de slag gaat. Maar KTI is heel geschikt om door leerlingen te laten gebruiken. Ben jij als leerling ooit met een toetstaxonomie bezig geweest?” vraagt ze lachend. “Je kunt dit makkelijk uitleggen,” gaat ze verder. “Een leerling kan na elke toets zien hoe hij het heeft gedaan op de drie specifieke gebieden. Zo kan hij doelgericht verder leren en oefenen.” Groffen vult aan: “Daardoor kun je het dus ook op verschillende manieren inzetten: voor summatief toetsen én voor formatief evalueren.

Voor formatief evalueren én voor summatieve toetsen

Een leerling zal beter leren als je ze betrekt in hun eigen leerproces. Dat kan door ze te laten zien wat gaat goed en waar ze nog mee aan de slag moeten. “Ja,” beaamt Reitz. “Daar zijn we van overtuigd. Daarom zetten we in op formatief evalueren. Uiteindelijk heb je wel een cijfer nodig, maar we willen de aandacht ook vestigen op de fase vóór het summatieve toetsmoment. Daar is KTI geschikt voor. De leerling kan het zelf als tool inzetten en dat geeft vertrouwen. Natuurlijk heb je zowel succesmomenten als tegenslagen. Maar we hopen dat de tegenslagen op deze manier minder worden en het succes groter. Elke keer ietsje beter.”

Heb je vragen over KTI?

Uiteraard helpen we je graag verder! Neem contact met ons op via (088) 522 6888.