Skip to Content

 

Docent aan het woord... Hélène de Jong van het Anna van Rijn College in Nieuwegein

Graag willen we de ervaringen van docenten die met buiteNLand werken met u delen. In deze aflevering is het de beurt aan docent Hélène de Jong van het Anna van Rijn College in Nieuwegein.

Voordat Hélène de Jong (39) in 2009 op het Anna van Rijn College terecht kwam, werkte ze vier jaar als docent in Mexico. ‘Na mijn werk als onderzoeker ontwikkelingssamenwerking bij het Ministerie van BuiteNLandse zaken, wilde ik uitgezonden worden naar een ontwikkelingsland in Latijns Amerika. Maar alle plekken op die ambassades waren destijds vol. Toen ben ik zelf naar Mexico vertrokken en vanuit een praktische insteek voor de klas gaan staan: ik vond lesgeven leuk, had er op de universiteit al wat ervaring mee, en ik kon er een goede opleiding voor volgen. Het leek me simpelweg een mooie manier om het land en haar inwoners te leren kennen.’

Schaalniveau

Wat haar tijdens de aardrijkskundelessen in Mexico onder andere is bij gebleven, is het verschil in perspectief op de wereld: ‘Het perspectief ligt in Mexico veel meer op de VS en Canada. Hier bespreken we met behulp van de methode BuiteNLand, globalisering in een veel breder verband. Maar daarnaast heb je ook ándere hoofdstukken, zoals “Nederland wateroverlast”. ’ Er is een groep docenten die vindt dat dit perspectief teveel op Nederland gericht is. Hélène vindt de huidige verdeling zo gek nog niet: ‘Leerlingen fietsen dagelijks naar school over een dijkje, sluis of brug zonder te beseffen wat de functie daarvan is. Terwijl we als Nederland heel sterk zijn in watermanagement. Daarom vind ik het logisch dat je verschillende thema’s op verschillende schaalniveaus aanbiedt.’ Dat inzicht zet Hélène ook in tijdens haar colleges, die ze verzorgt aan de PABO. Internationalisering en globalisering waren thema’s waarvan mijn hart sneller ging kloppen. En sinds ik op de PABO werk, zie ik nog meer dan voorheen het nut om leerlingen bij te leren over hun (in)directe leefomgeving. Op welke leeftijd kan welke leerling welk schaalniveau aan? Een leerling uit 6-vwo kan al zeer kritisch nadenken over de rol van land X in de wereld, maar een leerling in de brugklas kan dat nog niet, dus moet je dichter bij zijn belevingswereld blijven.’

Mental Maps

Hélène is het eens met collega’s dat globalisering inderdaad een belangrijk aspect vormt binnen het onderwijs. ‘Je wilt je leerlingen klaarstomen voor de wereld. Dat wereldbeeld moet niet gebaseerd zijn op hun eigen mental maps die nog vol vooroordelen of fouten zitten. Ik zie het als mijn taak om die mental maps te vullen met accurate, actuele en juiste informatie.’ In haar onderwijs is ze daar actief mee bezig: ‘Thema’s die op verschillende schaalniveaus spelen wil ik onder de aandacht brengen op een manier die aansluit bij de jongeren. Meestal volstaat de Methode buiteNLand, maar ik vul het regelmatig aan met extra Informatie uit het NRC, websites en eigen reiservaringen. Omdat het vaak aan tijd ontbreekt om op excursie te gaan, probeer ik de buitenwereld zoveel mogelijk naar binnen te halen.’ Dit doet Hélène door het organiseren van bijvoorbeeld gastcolleges of rollenspellen zoals het nabootsen van een situatie van een gezin in Afrika dat zich economisch moet zien te redden. ‘Je ziet leerlingen dan zo gepassioneerd werken, alsóf ze dat ene Afrikaanse gezin zijn dat wil gaan investeren in hun kleine bedrijfje, daar doe ik het echt voor! En de methode BuiteNLand sluit naadloos aan bij deze insteek: actueel en divers en het verplaatst zich in de leefwereld van de doelgroep.’

Activerende didactiek

Hélène is voortdurend op zoek naar werkvormen die er voor zorgen dat de leerlingen gemotiveerd en nieuwsgierig blijven. ‘Het curriculum is de prioriteit, daar werkt de buiteNLand methode heel prettig bij. Via de docentenhandleiding heb je duidelijk in beeld wat de domeinen zijn, wat elke leerling op welk moment dient te beheersen. Maar op die basis kun je activerende didactiek toepassen: laat de leerlingen bespreken, ontdekken, bekritiseren, analyseren. Dat is leuker en effectiever dan dat de docent non-stop aan het woord is.’ De beste werkvorm bestaat volgens Hélène niet: ‘Al bereid je voor elke les een fantastische show voor, op den duur is ook dát niet meer interessant. De truc zit ‘m volgens mij in het aanbieden van variatie.’