Skip to Content
 

Docent aan het woord... Paul Cornelissen van het Antoniuscollege in Gouda

Graag willen we de ervaringen van gebruikers van buiteNLand met u delen. In deze aflevering is het de beurt aan docent Paul Cornelissen van het Antoniuscollege in Gouda.

Paul Cornelissen (28) is als docent aardrijkskunde twee jaar aan het Antoniuscollege verbonden. De keuze voor deze school heeft hij heel bewust gemaakt: “De kleinschaligheid en de persoonlijke aanpak sprak me heel erg aan. We proberen bij iedere leerling eruit te halen wat er in zit door voor elke leerling individueel te bekijken wat goed werkt. Ieder kind moet de ruimte krijgen om op zijn eigen manier te kunnen leren. Dat doen we door uitdaging te bieden of juist extra ondersteuning te geven waarbij we gebruik maken van de methode buiteNLand. Op het gebied van differentiëren heeft de methode veel voor ons te bieden.”

Leesvaardigheid

De school werkt inmiddels al tien jaar met de methode buiteNLand. Paul: “Het is voor leerlingen erg fijn dat de structuur van de methode en het boek in de onderbouw en bovenbouw gelijk blijft. Dat maakt het overzichtelijk. Daarnaast is de methode erg taalgericht wat aansluit bij ons taalbeleid dat we sinds een aantal jaren voeren. We merkten dat de leesvaardigheid bij leerlingen achteruit ging en wilden daar actief mee aan de slag. BuiteNLand ondersteunt ons daar in doordat de methode al vanaf de brugklas oefent met het vergroten van de leesvaardigheid. Hierdoor wordt het voor leerlingen makkelijker in de bovenbouw. En in de nieuwe editie van buiteNLand komen nog meer opdrachten voor de leesvaardigheid aan bod.”

Stenen

Niet alleen over de schoolkeuze heeft Paul goed nagedacht. Op het bureau in zijn klaslokaal schitteren verschillende soorten gesteenten. Die liggen daar niet voor de sier. Cornelissen is heel bewust bezig om via de praktijk en de dagelijkse omgeving leerlingen te prikkelen voor zijn geliefde vak: “In begin liggen ze er alleen maar, maar op den duur komen de vragen. Die vragen kun je vervolgens verbinden aan de leerstof maar de interesse komt vanuit de leerlingen zelf, dat is prachtig!” Ook vertelt Paul veel vanuit zijn eigen reiservaringen: “In december vorig jaar was ik in Parijs. Mijn eigen ervaring en de recente gebeurtenissen koppel ik vervolgens aan het vak: ‘Je kunt zien dat het een heel grote stad is. Hoe kun je dat zien en wat zijn de aspecten van een stad?’ Leerlingen vinden het heel leuk als je bij jezelf blijft en laat zien dat je persoonlijk betrokken bent of dat het je persoonlijk raakt. Zo maak je abstracte aspecten voor leerlingen tastbaar.”

Wereldburgerschap

Ook laat Paul leerlingen zelf vertellen over hun eigen reiservaringen of over hun gedachten over probleemsituaties in de wereld. Daarmee probeert hij het aspect wereldburgerschap bij de leerlingen te vergroten: “Ik vind het belangrijk om de horizon van leerlingen te verbreden. Dat we met elkaar nadenken over hoe de wereld er uit ziet. Waar sta jij in de wereld? Dat doen we door kennis te maken met andere culturen en meerdere aspecten van de wereld en daar vragen bij te stellen: ‘Hoe kan het dat hier geen tsunami voorkomt? Hoe zouden wij reageren als het in Europa zou gebeuren? Zouden hier dan ook zoveel slachtoffers vallen? In je studie krijg je dat soort vragen niet. Juist in het onderwijs, in het lesgeven is hier ruimte voor. Leerlingen denken heel anders. Soms heel simpel en basaal en soms met heel mooie vragen waar ik zelf nog niet eens bij had stilgestaan!”

Leerling betrekken

Vanuit dat oogpunt vindt Cornelissen dat leerlingen meer betrokken kunnen worden bij de inrichting van het onderwijs: “In de vormgeving van het vak aardrijkskunde worden keuzes gemaakt welke landen en aspecten worden behandeld. Sommige onderdelen staan heel ver van de leerling af en zijn erg abstract. Ze sluiten niet goed aan bij de belevingswereld van de leerlingen. Natuurlijk moet je soms ook voor onbekende onderwerpen kiezen en moet de kwaliteit voorop staan. Maar je moet je ook afvragen wat een leerling daarvan onthoudt en meeneemt voor de toekomst.”