Auteur Pincode aan het woord...Ewout Loen

28-09-2020

Nieuwe ontwikkelingen in de 7e editie van Pincode. Economie is een populair vak op het vmbo en Pincode is een populaire lesmethode. Ewout Loen kan het weten. Sinds 2006 is hij auteur én eindredacteur van de methode.

Samen met zijn collega's werkte hij het afgelopen jaar aan de opvolger van de 6e editie voor vmbo bovenbouw. De 7e editie staat inmiddels op het punt van uitkomen. “We gaan niet stilzitten en achterover leunen omdat de methode al succesvol is.”

“Er is altijd ruimte voor verbeteringen”

De 6e editie van Pincode werd door veel gebruikers goed gewaardeerd en het roer hoeft echt niet radicaal om. “De goede dingen hebben we natuurlijk behouden,” haast Loen zich te zeggen. “Maar wat wel echt nieuw is, is dat we werken met leerdoelen. Iedere paragraaf heeft vier of vijf concrete leerdoelen die leerlingen ook echt kunnen afvinken. Een leerling die iets niet goed beheerst kan herhalingsopdrachten maken om nog wat extra te oefenen. Een leerling die al wat verder is, kan plusopdrachten maken.”

Adaptief leren met leerroutes
In de 7e editie kan de leerling veel meer zijn eigen leerroute volgen. Met het fysieke boek speelt de docent daarbij een rol, maar in de online leeromgeving gaat dat helemaal vanzelf. “Daar krijgt de leerling automatisch te zien welke opgave hij nog moet doen om het leerdoel goed in het snotje te krijgen,” licht Loen toe. “Bij dit adaptieve leren past de leerroute zich automatisch aan bij wat de leerling wel of niet beheerst.” Dit zorgt ervoor dat een leerling heel zelfstandig met Pincode aan de slag kan. “En dan kan de docent ook een iets andere rol aannemen: wat minder instruerend en ietsje meer begeleidend.”

Speciaal voor het vmbo
Economie wordt veel gekozen op het vmbo. “Leerlingen hebben allemaal te maken met geld, werken en reclames,” licht Loen toe. “Het zit dicht bij hun belevingswereld en het is een praktisch vak.” Wel kunnen de niveauverschillen in een vmbo-klas behoorlijk groot zijn. “Sommige leerlingen zijn streetwise; die hebben feeling met het vak en gaan er makkelijk doorheen. Maar er zijn ook leerlingen die moeite hebben met theorie of met begrippen, of met rekenen. Die leerlingen worden op deze manier heel goed bediend.”

Niveauverschillen binnen het vmbo
Op het vmbo speelt natuurlijk ook mee dat er verschillende leerwegen voor verschillende niveaus zijn. Als auteur moet je daar rekening mee houden. “Bij vmbo basis en kader zijn de leerteksten wat korter. Vragen zijn net iets anders geformuleerd en je gaat wat minder de diepte in. Bij vmbo gt kan je een vraag bijvoorbeeld in één keer stellen en bij de kader-versie kies je ervoor om de vraag in twee of drie stappen uit te werken.

Veel werk
Met Loen erbij bestaat het auteursteam van Pincode uit vier mensen. “Twee zijn auteur en twee zijn auteur en eindredacteur.” Aan een nieuwe editie gaat veel overleg vooraf. “Samen met de uitgevers bespreken we wat er in de nieuwe editie anders moet.” Het auteursteam kijkt kritisch naar de vorige editie én ze nemen de resultaten van een marktonderzoek onder de gebruikers door. “We gaan niet stilzitten en achteroverleunen omdat de methode al succesvol is. Er is altijd ruimte voor verbeteringen en nieuwe ontwikkelingen.”

Het begint met een bouwplan
Het echte werk begint met het maken van bouwplannen. “In een bouwplan staat letterlijk wat er in een hoofdstuk komt te staan: de leerdoelen en de belangrijkste begrippen.” Vervolgens wordt bepaald wie welk hoofdstuk schrijft en dan kan je als auteur aan het werk. “Dat klinkt makkelijker dan het in werkelijkheid is,” merkt Loen op, “want de andere auteurs en de uitgever van Noordhoff lezen mee. Je krijgt veel feedback op je werk. Dat kan wel eens voelen als kritiek, maar het is alleen maar om de methode beter te maken.”  

Als gevolg van die feedback moet je je hoofdstuk dus meerdere keren herschrijven. “Maar uiteindelijk is er een eindversie en die gaat dan naar de eindredactie. Daar worden letterlijk de laatste puntjes op de i gezet. En als de eindredactie klaar is, kan het boek worden opgemaakt met foto's en illustraties.” Maar voor de auteurs is het werk dan nog niet gedaan. “Er moet ook docentenmateriaal worden gemaakt, er moeten toetsen worden geschreven, de online omgeving moet worden gemaakt en worden ingevuld. En als dat klaar is ga je weer verder met het volgende leerjaar,” somt Loen op.

Trots
Het is hard werken, maar het is de moeite waard. Niet voor niets stopte Loen dit jaar met zijn baan als docent economie, zodat hij zich volledig op het auteurschap kon gaan richten. “Als het boek en de digitale omgeving af zijn maakt me dat altijd trots,” vertelt hij. “Als auteur zie je echt resultaat van je werk: je hebt een mooi boek en een mooie digitale omgeving gemaakt.” Maar veel tijd om te blijven hangen neemt hij niet. “Inmiddels zijn we alweer bezig met het volgende leerjaar. We gaan gewoon door,” lacht hij.