In het kort: de nieuwe syllabus centraal examen economie voor vwo

11-12-2019

Na ruim twee jaar overleg is in juli 2019 de nieuwe syllabus centraal examen economie vwo 2023 gepresenteerd. In het schooljaar 2020-2021 zullen dus de eerste vwo-leerlingen starten met het nieuwe examenprogramma economie. Zij doen dan in 2023 voor het eerst eindexamen volgens de nieuwe syllabus.

Een commissie onder leiding van hoogleraar Bas Jacobs heeft zich gebogen over de oude syllabus en daarbij de focus gelegd op de domeinen H en I. In de nieuwe syllabus staat macro-economie centraal en krijgt monetaire economie een duidelijkere plek. Voor Noordhoff als leermiddelenontwikkelaar is een nieuwe syllabus een directe aanleiding om onze methode weer kritisch te bekijken en te herzien. We zijn begonnen met de aanpassing aan de syllabus  van de Vwo 4 katernen.

Maar wat is er nou eigenlijk veranderd in de nieuwe syllabus? En wat voor gevolgen heeft dit voor jou als docent in de les?

De nieuwe syllabus: wijzigingen in CE domeinen

De syllabus bestaat uit 9 domeinen: A tot en met K.

Domein A beschrijft de handelingen die examenkandidaten moeten kunnen verrichten. Domeinen B, C, J en K behoren tot het SE en zijn in de nieuwe syllabus grotendeels ongewijzigd gebleven. Hieronder nemen we je mee door de domeinen D tot en met I en de (soms ingrijpende) wijzigingen die in deze domeinen zijn doorgevoerd. Domein G is ongewijzigd gebleven en wordt hieronder dus ook niet besproken.

Domein D: Markt
In dit domein zijn relatief weinig onderdelen gewijzigd. Sub-domein 3.6 is komen te vervallen en sub-domein 3.4 is herschreven. De commissie stelt dat de surplus analyse alleen geschikt is om de doelmatigheid van allocaties te analyseren en niet om de brede maatschappelijke welvaart te analyseren. Daarom wordt er in de nieuwe syllabus gesteld dat de omvang van het totale surplus  een maatstaf voor de economische doelmatigheid van de economische uitkomst is . Dit heeft ook als gevolg dat het begrip ‘welvaart’ in dit domein plaats maakt voor het begrip ‘doelmatigheid’. De focus in dit domein ligt op doelmatigheid als belangrijk onderdeel van welvaart.

Domein E: Ruilen over de tijd
De wijzigingen in domein E hebben als doel de samenhang tussen dit domein en domeinen G en I te vergroten. Rente dient expliciet gezien te worden als beloning voor het uitstellen van consumptie en het dragen van risico. Ook wordt er meer aandacht besteed aan het bestaan van verschillende soorten rentes. Daarnaast wordt de rol van de financiële sector geëxpliciteerd, namelijk: het bemiddelen tussen spaarders en investeerders en het verschuiven van risico van mensen/partijen die risico willen afstaan naar mensen/partijen die risico willen dragen. Ook is domein E, samen met domein I, volgens de commissie de plaats om de EMU een centralere plek te geven in de syllabus. De EMU-begrotingsregels voor overheidsschuld en begrotingstekort zullen in sub-domein E2.3 worden toegevoegd. Sub-domein E2.2 (balans en resultatenrekening) komt te vervallen in verband met het toevoegen van nieuwe onderwerpen in het programma.

Domein F: Samenwerken en onderhandelen
De herhaalde spelen zijn terug! In de oude syllabus waren deze om onduidelijke redenen verdwenen, maar in de nieuwe syllabus zijn ze teruggeplaatst in sub-domein F1.3. Als gevolg van deze terugplaatsing is ook een extra onderdeel toegevoegd aan domein F1: de afruil tussen binding en flexibiliteit bij langdurige relaties. Subdomein F1.13 geeft een aantal belangrijke contexten waarin deze afruil  zich afspeelt. Op deze manier kunnen fricties op de arbeidsmarkt, kartelafspraken tussen bedrijven en internationale (vrij)handelsverdragen vanuit concept-contextbenadering worden onderwezen.

Ingrijpende wijzigingen: domeinen H en I

De meest ingrijpende wijzigingen vinden plaats in de macro-economische domeinen H en I. Het doel was onder andere deze domeinen beter toetsbaar te maken in het centraal examen. Dit heeft de commissie gedaan door meer samenhang in en tussen de domeinen aan te brengen d.m.v.  extra uitleg en het duidelijk leggen van verbanden. Dit betekent echter niet dat de domeinen H en I een grotere plaats in gaan nemen in verhouding tot de andere domeinen.

Domein H: Welvaart en groei
In domein H1 stelt de commissie dat het ‘voor het begrip beter is om leerlingen eerst de macro-concepten te leren voordat de economische samenhangen tussen die macro-economische concepten worden uitgelegd’. Daarom start dit domein met de macro-economische boekhouding alvorens de macro-economische kringloop te behandelen. De discussie over algemeen evenwicht is verplaatst naar domein I, waar de relaties tussen goederenmarkt, vermogensmarkt, geldmarkt en valutamarkt worden uitgelegd. Op deze manier leert de leerling denken in algemeen evenwicht, zonder dat dit expliciet gemaakt hoeft te worden.

‘Ieder aanbod creëert zijn eigen vraag.’ In domein H2 wordt het begrip structurele groei behandeld. De productiefunctie is in de nieuwe syllabus geïntroduceerd om na te kunnen denken over structurele groei. Hierbij is ervoor gekozen om expliciet te maken welke factoren de factorproductiviteit kunnen beïnvloeden. Dit is een versimpeling ten opzichte van de oude syllabus, omdat er nu alleen nog onderscheid gemaakt wordt tussen kapitaal, arbeid en technologie als productiefactoren. Daarnaast worden alle verbeteringen in de kwaliteit van de productiefactoren onder verbeteringen in technologie geschaard.

In domein H3 is het ‘enge welvaartsbegrip’ geschrapt. Het bbp kan niet direct gekoppeld worden aan individuele of maatschappelijke welvaart. In plaats daarvan wordt er een definitie gegeven van brede welvaart van huishoudens, namelijk als de waarde van behoeftebevrediging door (gezins)huishoudens van schaarse goederen. We zien hier duidelijk de samenhang met domein D en de surplus analyse. Daarnaast heeft de commissie ervoor gekozen om ‘welzijn’ expliciet te definiëren als de totale behoeftebevrediging van schaarse en niet-schaarse goederen.

De Lorenz-curve is geschrapt! Of toch niet? Hoewel de Lorenz-curve in domein H4 is geschrapt als eindterm, erkent de commissie wel het belang van de Lorenz-curve als didactische opstap naar de Gini-coëfficiënt. En deze is dan weer wél als eindterm behouden. Daarnaast wordt er in dit domein nu aandacht besteed aan het begrip ‘vermogensongelijkheid’ en het verkleinen van inkomensverschillen. Daarbij vindt de commissie het van belang dat leerlingen niet alleen leren dát er maatregelen worden genomen om inkomensverschillen te verkleinen, maar vooral ook dat deze maatregelen ten koste kunnen gaan van doelmatigheid. Ook is het onderdeel belastingmaatregelen (sub-domein H4.6) uitgebreid gezien het grote maatschappelijke belang van sommige belastingen en om het economisch beleid en belastinghervormingen beter te kunnen begrijpen.

De arbeidsmarkt heeft door het wijzigen van domein H5 een explicietere rol in de nieuwe syllabus gekregen. De commissie oordeelde dat dit begrip in de praktijk op verschillende manier werd uitgelegd door docenten met onduidelijkheid als gevolg. Daarnaast wordt er ook meer aandacht besteed aan de verschillende soorten werkloosheid en de verklaringen hiervan. Hiermee wil de commissie een link leggen naar bijvoorbeeld het onderdeel ‘marktfalen’ in domein D.

 

Domein I: Goede tijden, slechte tijden

De focus in domein I1 ligt op de begrippen ‘bbp’, ‘output gap’, ‘reële rente’, ‘inflatie’ en ‘werkloosheid’. Dit zijn volgens de commissie belangrijke conjuncturele verschijnselen die later modelmatig verklaard gaan worden. De ‘output gap’ is een nieuw concept dat aan de syllabus is toegevoegd met oog op de centrale rol die dit concept speelt in de moderne macro-economische literatuur. Dit concept wordt vervolgens gebruikt om de hoog- en laagconjunctuur te definiëren.

Domein I2 is grotendeels gelijk gebleven aan de oude syllabus (daar domein I3).

Zoals al eerder genoemd, krijgt het onderwerp ‘monetaire economie’ een meer prominente plek in de nieuwe syllabus. Met de nieuwe invulling van domein I3 heeft de commissie voor ogen dat de leerling meer inzicht krijgt in wat het doel is van monetaire politiek, wat de geldhoeveelheid is en hoe de geldhoeveelheid tot stand komt. De rol van de centrale bank uitgediept en de negatieve samenhang tussen rente en de geldhoeveelheid wordt uitgelegd. De centrale bank kan sturen op de rente door middel van een geldhoeveelheidsbeleid en kan de geldhoeveelheid beïnvloeden door een bepaald rentebeleid. Dit rentebeleid komt later in dit domein ook terug in relatie tot de wisselkoers (een hoge rente leidt tot kapitaalinstroom en daarmee appreciatie van de munt van een land). Maar er zit ook een ondergrens op de rente: de effectieve ondergrens rente. Dit begrip vervangt het begrip ‘zero lower bound’ om niet de suggestie te wekken dat de rentes niet negatief kunnen worden. In het licht van de achter ons liggende financiële crisis wordt er in dit domein ook aandacht besteed aan de rol van banken en het financiële toezicht.

Volgens de commissie is het essentieel dat leerlingen inzicht krijgen in de drie belangrijkste macro-economische variabelen: het inkomen/bbp, de rente en de inflatie. Deze wens deelt de commissie met het CvTE, bleek uit het onderzoeksrapport Ambitie en Realiteit in het Economie-examen (2018). Om dit inzicht te kunnen ontwikkelen stelt de commissie het zogenaamde IS-MB-GA-model voor, het Investeren-Sparen – Monetair Beleid – Geaggregeerd Aanbod-model.  Dit model bestaat uit  verschillende curves, die nu vaak los van elkaar gebruikt worden. In de verantwoording op de syllabus centraal examen economie vwo 2020 worden deze verschillende curves uitgebreid toegelicht. De toevoeging van dit model is een fundamentele wijzigingen in de syllabus en zal dan ook relatief veel invloed  hebben in de les zelf.

Gevolgen in de les

Al met al dus best veel (kleine) wijzigingen in de syllabus. En dat betekent ook voor jou als docent dat je kritisch zal moeten gaan nadenken over wat je in de lessen bespreekt, waar de focus op komt te liggen en hoe je verschillende onderwerpen uit verschillende domeinen met elkaar in verband kunt brengen. Met dit artikel hebben we alvast wat input gegeven voor het nadenken over deze vragen.

Belangrijke en actuele onderwerpen als globalisering, economische groei en duurzaamheid kunnen aan de hand van de nieuwe syllabus goed behandeld worden. Aan de hand van een uitbreiding in domein C kan globalisering aan de orde worden gesteld. Duurzaamheid en economische groei worden ondervangen met het brede welvaartsbegrip (sub-domein H3.2.) en komen uitgebreid aan bod in domein I.

Daarnaast biedt de verantwoording op de syllabus ook nog een aantal aardige suggesties voor docenten, leermiddelenontwikkelaars en toetsenmakers. Onder andere een aanvullende opmerking om het brede welvaartsbegrip goed uit te kunnen leggen en  om in een driestappenplan het IS-MB-GA-model te behandelen. Dit zijn uiteraard slechts suggesties, maar tijdens de ontwikkeling van de nieuwe Pincode tweede fase katernen   nemen we dit zeker mee!